Is Intern bewijs (exegese) belangrijk?


Zou niet het interne bewijs uit Openbaring zwaarder moeten wegen dan externe getuigenissen?
Zo ja, waarom gaat de meerderheid van de Christenen dan voor een datum na 70AD?


In principe zou het interne bewijs (dat wil zeggen, aanwijzingen binnen de tekst zelf) inderdaad een zwaarwegende factor moeten zijn bij het bepalen van de datering van Openbaring. De tekst zelf is de primaire bron, en als deze sterke indicaties geeft over de tijd waarin het boek werd geschreven, dan zou dat meer gewicht moeten hebben dan latere externe getuigenissen. Toch kiest de meerderheid van christelijke geleerden en theologen voor een late datering (rond 95-96 na Christus). Laten we bekijken waarom.


1. Waarom zou het interne bewijs zwaarder moeten wegen?


Het interne bewijs heeft verschillende voordelen ten opzichte van externe bronnen zoals Irenaeus:

  • Het komt direct uit de tekst zelf – In plaats van te vertrouwen op eeuwenoude verslagen die mogelijk verkeerd begrepen of verkeerd overgeleverd zijn, kijken we rechtstreeks naar wat Johannes zelf schrijft.
  • De beschrijving van de tempel – Openbaring 11 lijkt erop te wijzen dat de tempel nog stond toen Johannes schreef. Als de tempel in 70 na Christus werd verwoest, waarom zou Johannes daar dan over spreken alsof hij nog steeds functioneel is?
  • De regerende koning in Openbaring 17:10 – Als Nero de zesde koning is, en Johannes schrijft “één is” (dat wil zeggen, hij regeert op dat moment), dan wijst dat op een datum vóór Nero’s dood in 68 na Christus.
  • De identificatie van het Beest met Nero – Het getal 666 lijkt direct te verwijzen naar Nero, die al vóór 70 na Christus zelfmoord pleegde. Als Johannes Openbaring pas in 95-96 na Christus schreef, waarom zou hij dan zo sterk verwijzen naar een keizer die al meer dan 25 jaar dood was?


Als deze aanwijzingen correct zijn, dan zou Openbaring vóór 70 na Christus geschreven moeten zijn.


2. Waarom kiest de meerderheid dan voor een late datering?


Ondanks de kracht van het interne bewijs, zijn er een paar redenen waarom de meeste christenen en theologen toch een late datering aannemen:


A. Het gezag van Irenaeus (ca. 180 na Christus)


De belangrijkste reden voor de late datering is dat de kerkvader Irenaeus (ca. 130-202 na Christus) beweerde dat Openbaring geschreven was “aan het einde van de regering van Domitianus.” (Tegen ketterij, Boek V, Hoofdstuk 30) Aangezien Domitianus regeerde van 81-96 na Christus, wordt dit vaak geïnterpreteerd als een datering rond 95-96 na Christus.


Probleem met dit argument:

  • De tekst van Irenaeus is niet helemaal duidelijk en sommige onderzoekers denken dat hij mogelijk bedoelde dat Johannes zelf in de tijd van Domitianus nog leefde, niet dat hij toen Openbaring schreef.
  • Irenaeus schreef meer dan 100 jaar na Openbaring. Hoe betrouwbaar is zijn kennis?


B. Vervolging onder Domitianus


Voorstanders van een late datering beweren dat de situatie van de kerken in Openbaring 2-3 beter past bij de regering van Domitianus, omdat hij een cultus van keizerverering afdwong en christenen vervolgde.


Probleem met dit argument:

De vervolgingen onder Nero (rond 64-68 na Christus) waren veel heviger en directer tegen christenen gericht dan die van Domitianus. Het is dus goed mogelijk dat de crisis waar Johannes over spreekt eerder onder Nero plaatsvond.


C. Traditionele opvattingen in de kerk


Veel christenen nemen de late datering simpelweg aan omdat dit de meest traditionele visie is die door de vroege kerk werd doorgegeven. Maar dat is natuurlijk geen waterdicht argument.


3. Welke datering is waarschijnlijker?


De keuze tussen een vroege of late datering hangt dus af van welk bewijs je als het sterkst beschouwt.

  • Als je het interne bewijs het zwaarst laat wegen, dan is een vroege datering vóór 70 na Christus logischer. De tempel lijkt nog te bestaan (Openbaring 11), Nero lijkt de regerende koning (Openbaring 17), en het getal 666 verwijst waarschijnlijk naar Nero.
  • Als je vertrouwt op Irenaeus en de traditionele kerkgeschiedenis, dan kies je eerder voor een late datering (rond 95-96 na Christus).


Omdat de Schrift de hoogste autoriteit zou moeten hebben, is er een sterk argument om het interne bewijs voorrang te geven boven externe bronnen zoals Irenaeus.