Zoals we in hoofdstuk 6 bespraken wat de verschillende redenen voor rechtmatige echtscheiding waren, zo was het ook duidelijk voor Jezus’ toehoorders wat deze waren. Over de eerste drie waren de school van Hillel en Shamai het samen over eens. Deze ‘overbodige’ informatie is niet in het Evangelieverslag opgenomen, omdat het voor de toehoorders logische informatie betrof die iedereen wist, aanvaarde en waar iedereen achterstond.
Waar het dispuut, of het geschil tussen de school van Hillel en Shamai over ging, was de interpretatie van echtscheiden door de man van zijn vrouw “op elke willekeurige grond” (Hillel) of alleen op grond van “porneia” (Shamai), zoals in Deut. 24:1 werd opgeschreven door Mozes.
Jezus was op de hoogte van het geschil / debat tussen de twee scholen, en hoewel Hij met de meeste zaken de kant koos van de school van Hillel, kiest Hij hier, schokkend voor velen, de kant van de school van Shamai! (17)
Jezus antwoordt:
“Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’” Matt. 19:9
Omdat de apostelen (zoals de meeste Joden in die tijd) met betrekking tot echtscheiding achter de “om elke willekeurige reden” zienswijze van Hillel stonden, is hun reactie ook beter te begrijpen, toen ze zeiden:
“Hierop zeiden zijn leerlingen: 'Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ Matt. 19:10
Wat kunnen we concluderen na dit alles beschouwd te hebben?
Vullen de we ontbrekende en niet weergegeven informatie aan, welke wel voor de toehoorders vanzelfsprekend waren, dan komen we tot de volgende acht conclusies betreffende deze passages en wat Jezus ‘veranderde’ ten opzichte van wat er toen gangbaar was en door iedereen aangehangen werd:
Nergens lezen we iets over wat Jezus de toehoorders opdroeg wat een vrouw mocht doen na een onrechtmatige echtscheiding. Wat ook logisch is, want Jezus werd op de proef gesteld alleen betreffende Deut. 24:1. Maar verondersteld kan worden dat iedereen begreep dat zij dan alleen zouden moeten blijven. Want elke ‘verbintenis’ die de vrouw zou aangaan, zou voor zowel de man als vrouw betekenen dat ze in de zonde van ‘overspel’ terecht kwamen.
Ook weten we niet of Jezus het eens was met de overige rechtmatige gronden voor echtscheiding. Maar ook hier kan worden aangenomen dat, juist omdat Hij hier niets over zei of dit corrigeerde, Hij hiermee net als zijn toehoorders mee instemde.
Natuurlijk zijn dit twee argumenten op basis van iets wat er niet gezegd wordt (argument of silence), en moeten we dit deze met de nodige voorzichtigheid toepassen. Maar gezien het overweldigend cultureel en sociaal bewijs, is het redelijkerwijs aan te nemen dat Jezus het met de andere rechtmatige redenen voor echtscheiden eens was. Was Jezus het hier namelijk niet mee eens geweest, en gaf Hij dat niet expliciet aan of corrigeerde Hij dit niet, dan zouden zijn toehoorders er wel vanzelfsprekend van zijn uitgaan dat Hij het hiermee wel eens was. Dat zou dus een verkeerde indruk kunnen wekken en daarmee zou Jezus een situatie in stand houden waar Hij en Zijn Hemelse Vader, het niet mee eens waren. Want waarom wel het ene corrigeren en niet het andere?
(17) Which Pharisees Allow Divorce For "Any Cause”? - https://www.british-israel.us/11.html